Keuzecursus en Jenaplan kwaliteit
Inleiding
Om gedegen keuzecursus te kunnen geven, op de wijze zoals Jenaplan het bedoeld, is het noodzakelijk om gebruik te maken van bestaande Jenaplanbronnen.
Bovenaan, bij de introductie van dit beleidsdocument van 'De Lispeltuut', worden al de 6 Jenaplankwaliteitscriteria genoemd.
Hieronder is tekst te vinden, die dieper ingaat op de invloed van Jenaplan op keuzecursus.
Vervolgens staan enkele Jenaplanbasisprincipes en kernkwaliteiten vermeld, die op keuzecursus van toepassing zijn.
Alle overige basisprincipes en kernkwaliteiten, zijn natuurlijk evengoed toepasbaar op een degelijk keuzecursusproces.
Er is voor gekozen, om in eerste instantie de nadruk te leggen op de in het beleidsdocument genoemde basisprincipes en kernkwaliteiten.
Jenaplan kwaliteit
De volgende onderwerpen worden hier behandeld
- Keuzecursus volgens Jenaplan, vervolg...
- Keuzecursus en de Jenaplanbasisprincipes
- Keuzecursus en de Jenaplankernkwaliteiten
Keuzecursus volgens Jenaplan, vervolg...
Jenaplanonderwijs maakt doorlopend gebruik van vier basisactiviteiten: Gesprek, Spel, Werk en Viering. Keuzecursus is een belangrijk onderdeel van de basisactiviteit Werk. Uiteraard kunnen de overige basisactiviteiten ook door middel van een keuzecursus aangeboden worden.
Een goede beleving van een keuzecursus maakt het mogelijk om vaardigheden te leren beheersen. Dit komt tot stand, als er tijdens de keuzecursus een wisselwerking tussen keuzecursusouders en kinderen plaatsvindt.
Na een inleiding over de te geven keuzecursus komen er vragen. De antwoorden, en de manier waarop deze gegeven worden, is bepalend voor het aanwakkeren van enthousiasme bij de kinderen voor het gekozen onderwerp. Het is ook van belang, dat er tijdens het beleven van de keuzecursus, verbazing en verwondering naar de stof is, alsook naar elkaar.
De keuzecursus, die gegeven wordt, heeft als doel om kennis en kunde op te kunnen doen, die daarna kan worden toegepast op de wereld buiten de schoolmuren. Dit is niet vrijblijvend. De stof, opgedaan tijdens een keuzecursus, behoort weer terug te komen tijdens het vakgebied 'Wereldoriëntatie' en bij voorkeur als presentatie bij vieringen. Daarom is het van belang, dat er degelijke keuzecursussen worden gepresenteerd, die instrumenten leveren aan de kinderen, om zich in de wereld te kunnen oriënteren.
Het is duidelijk dat volgens Jenaplan, een goed gegeven keuzecursus verdieping teweeg zal brengen, die uiteindelijk ten dienste komt van de ontwikkeling van kind én schoolgemeenschap.
Bij bovenstaande tekst is gebruik gemaakt van citaten uit het boek van Kees Both 'Jenaplanonderwijs, op weg naar de 21e eeuw'. Deze citaten zijn terug te vinden op pagina 98 t/m 101 en 137.
Keuzecursus en de Jenaplanbasisprincipes
Over basisprincipes en kwaliteit, is er het volgende citaat:
"Er wordt hier vanuit gegaan dat de basisprincipes Jenaplan door teams van Jenaplanscholen gekend worden: weten wat ze inhouden en begrijpen wat ermee bedoeld wordt. Maar ‘kennen’ is vooral ook het herkennen van situaties die met de basisprincipes te maken hebben: ‘daar en daar gebeurt het’. Of: ‘die situatie is juist strijdig met de basisprincipes’ ". (Uit Jenaplan 6 kwaliteitscriteria, citaat Kees Both)
De 20 Jenaplanbasisprincipes vormen de normen, voor het denken en handelen op een Jenaplanschoolgemeenschap, zoals 'De Lispeltuut'. Bij het geven en beleven van keuzecursus, is dit niet anders. 'De Lispeltuut' hanteert een aantal basisprincipes voor haar keuzecursusbeleid. Deze worden hieronder besproken met een korte uitleg:
1. Elk mens is uniek; zo is er maar één. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde.
Basisprincipe nr. 1 geeft aan dat iedereen uniek is, en daardoor als mens een onvervangbare waarde heeft. Het uniek zijn geeft aan, dat ieder mens zijn of haar mogelijkheden en beperkingen heeft. Zowel met het geven als het ontvangen van een keuzecursus, komen deze eigenschappen naar voren.
2. Elk mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze wordt zoveel mogelijk gekenmerkt door: zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid. Daarbij mogen ras, nationaliteit, geslacht, seksuele gerichtheid, sociaal milieu, religie, levensbeschouwing of handicap geen verschil uitmaken.
Naast alle bovengenoemde kenmerken is dit 'recht' op geen enkele wijze leeftijdgebonden.
3. Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig:
-
met anderen mensen;
-
met de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid van natuur en cultuur;
-
met de niet- zintuiglijk waarneembare werkelijkheid.
Basisprincipe nr. 2 stelt dat iedereen het recht heeft, om zijn of haar mogelijkheden verder te ontwikkelen. Voor de ontwikkeling van deze 'eigen' identiteit is contact nodig met andere mensen. Andere noodzakelijke invloeden, worden gevonden in cultuur, natuur en 'levensbeschouwingen', zoals genoemd in basisprincipe nr. 3.
5. Elk mens wordt als een cultuurdrager en -vernieuwer erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.
Deze invloeden, zoals hierboven vernoemd, worden ook op 'De Lispeltuut' erkend. Zij kunnen leiden tot allerlei nieuwe ideeën.
6. Mensen moeten werken aan een samenleving die ieders unieke en onvervangbare waarde respecteert.
Uiteraard is dit een algemeen principe, wat op iedere dagelijkse situatie toegepast kan worden, dus ook op keuzecursus.
Iedereen die een keuzecursus geeft, doet dat op zijn/haar eigen manier en dient daarvoor het benodigde respect te krijgen.
Als een kind de aangeboden keuzecursus, wegens individuele omstandigheden, niet op de bedoelde manier kan volgen, dan dient daar respectvol mee om gegaan te worden. Dit geldt voor de gever van de keuzecursus, alsook voor de 'medecursisten'.
7. Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.
In een samenleving, dus ook bij het geven en beleven van een keuzecursus, is het van belang dat iedereen elkaars identiteit respecteert (Basisprincipe nr. 6).
Daarbij moet iedereen de ruimte krijgen en gestimuleerd worden, om zijn of haar mogelijkheden optimaal te kunnen ontwikkelen. (Basisprincipe nr. 7).
11. De school is een relatief autonome coöperatieve organisatie van betrokkenen. Ze wordt door de maatschappij beïnvloed en heeft er zelf ook invloed op.
Volgens basisprinciper nr. 11, kan en mag een Jenaplanschool eigen lesprogramma's ontwikkelen en onderwijzen. Iedereen binnen de schoolorganisatie, dus ook ouders, mogen hieraan een bijdrage leveren. De maatschappij is de bron waaruit geput wordt. Het geven van een keuzecursus is daarvan een duidelijk voorbeeld.
15. In de school wordt het onderwijs vorm gegeven door een ritmische afwisseling van de basisactiviteiten gesprek, spel, werk en viering.
Keuzecursus komt voort uit de basisactiviteit 'Werk'. Het kan gecombineerd worden met de overige basisactiviteiten, Gesprek, Spel en Viering. Deze 4 basisactiviteiten zorgen gezamenlijk voor een ritmische afwisseling op dag- en weekniveau.
18. In de school neemt wereldoriëntatie een centrale plaats in, met als basis ervaren, ontdekken en onderzoeken.
Voor keuzecursus geldt, dat de maatschappij de belangrijkste bron van informatie is. Keuzecursus moet erop gericht zijn, dat er een totale beleving plaatsvindt, in de vorm van ontdekken, onderzoeken en ervaren ervan.
Op deze website zijn alle 20 Jenaplanbasisprincipes te vinden.
Keuzecursus en de Jenaplan kernkwaliteiten
De 12 Jenaplankernkwaliteiten, zoals opgesteld door de Nederlandse Jenaplan Vereniging (NJPV), stellen het kind centraal. Ze zijn gebaseerd op kwaliteitsontwikkeling van het kind op individueel- en groepsniveau. Hierbij speelt wereldoriëntatie een belangrijke rol.
De 12 kernkwaliteiten zijn in de volgende categorieën ingedeeld:
1. De relatie van het kind met zichzelf. (Deze categorie kent 4 kernkwaliteiten)
2. De relatie van het kind met de ander. (Deze categorie kent 3 kernkwaliteiten)
3. De relatie van het kind met de wereld. (Deze categorie kent 5 kernkwaliteiten)
1. De relatie van het kind met zichzelf.
Er zijn eigenlijk vier kernkwaliteiten, die onder de categorie 'De relatie van het kind met zichzelf' vallen. Voor keuzecursus geldt in ieder geval de volgende kernkwaltiteit:
'Kinderen leren kwaliteiten/uitdagingen te benoemen en in te zetten, zodanig dat zij zich competent kunnen voelen.'
Bij het geven van een keuzecursus, moet worden uitgegaan van de kracht en kwaliteit van élk kind.
Om dit tot uiting te laten komen, is betekenisvol onderwijs noodzakelijk. Dit wordt door 'De Lispeltuut' o.a. in de vorm van een keuzecursus aangeboden. Op deze manier leren kinderen, op basis van eigen vragen, de inhoud van de keuzecursus te onderzoeken en te begrijpen. Het resultaat moet een 'plezier in leren' zijn.
Elk kind heeft het recht om zich competent te voelen en succeservaringen te hebben. Om dit te kunnen bereiken, zullen volwassenen hiervoor de juiste stimulansen moeten aanbieden.
2. De relatie van het kind met de ander
Er zijn eigenlijk drie kernkwaliteiten, die onder de categorie 'De relatie van het kind met de ander' vallen. Voor keuzecursus geldt in ieder geval de volgende kernkwaltiteit:
'Kinderen leren samen te werken, hulp geven en ontvangen met andere kinderen en daarover te reflecteren.'
Keuzecursus is eigenlijk een soort van ontdekkingsreis. Hierbij is het de bedoeling kinderen te leren, dat samen iets ontdekken een meerwaarde heeft.
Zo moeten kinderen leren om samen te werken, op eigen initiatief hulp te geven en deze ook 'durven' te ontvangen.
Bij deze ontdekkingsreis zullen ook de verschillen tussen alle deelnemende kinderen, zichtbaar en herkenbaar kunnen worden. Vervolgens moet kinderen worden geleerd, om deze verschillen te respecteren. Daarbij leren zij ook zichzelf kennen, in relatie tot anderen.
3. De relatie van het kind met de wereld.
'Kinderen leren dat wat ze doen er toe doet en leren in levensechte situaties.'
Tijdens het opgroeien leren kinderen situaties herkennen. Zij kunnen daardoor vaak vooraf bedenken, hoe deze situaties moeten worden aangepakt. Kinderen ervaren dan, dat hun manier van reageren daarop belangrijk is.
De eerste jaren gebeurt dat in thuissituaties, daaropvolgend in schoolsituaties. In beide gevallen krijgen zij voorbeelden van levensechte situatie's aangereikt.
Keuzecursus geeft de mogelijkheid om situaties te creëren, die in de buitenwereld voorkomen. De kinderen moet uitgelegd worden, dat 'het er toe doet', dus belangrijk is om hiervan kennis te nemen.
'Kinderen passen binnen wereldoriëntatie de inhoud van het schoolaanbod toe om de wereld te leren kennen.'
Wereldoriëntatie is allereerst het belangrijkste doel van het onderwijs; het helpt kinderen de wereld in al zijn facetten te leren kennen, zich daarin thuis te leren voelen en zich daar een mening over te vormen. (Bron: Jenaplan onderwijs op weg naar de 21e eeuw, Kees Both)
Keuzecursus maakt het mogelijk om wereldoriënterende onderwerpen, zoals bijv. natuur en cultuur aan kinderen aan te bieden.
'Kinderen leren initiatieven te nemen vanuit hun eigen interesses en vragen.'
Belangrijk is, dat de gever van een keuzecursus, de eigen interesse van kinderen kan herkennen.
Kinderen moeten gestimuleerd worden om zelf met initiatieven te komen, met betrekking tot het onderwerp van de keuzecursus.
Door het stellen van vragen en het tonen van interesse leren zij, hoe zij zich het beste de kennis van het keuzecursusonderwerp eigen kunnen maken.
Bovenstaande maakt duidelijk, dat een aantal Jenaplankernkwaliteiten, zoals opgesteld door de Nederlandse Jenaplan Vereniging, op keuzecursussen is toe te passen.
Er zijn nog meer Jenaplankernkwaliteiten op keuzecurssusen toe te passen. Op deze website zijn alle 12 Jenaplankernkwaliteiten te vinden.
Vakliteratuur keuzecursus
Jenaplanonderwijs op weg naar de 21e eeuw, K. Both
Het kleine Jenaplan, Peter Petersen

4 Keuzecursus en Jenaplan kwaliteit
