gototopgototop

17. In de school worden zelfstandig spelen en leren afgewisseld en aangevuld door gestuurd en begeleid leren. Dit laatste is expliciet gericht op niveauverhoging. In dit alles speelt het inititiatief van de kinderen een belangrijke rol.

 

De verdieping, uitgewerkt voor het basis onderwijs

Toelichting:

Het ontwikkelingsniveau van elk kind (zie basisprincipe 4) is voor de groepsleid(st)er aangrijpingspunt voor niveauverhogend onderwijs. Elk kind moet niet alleen bevestigd worden in wat het kan (pedagogische noodzaak), maar moet ook geprikkeld worden tot zinvolle activiteiten in de zône van zijn naaste ontwikkeling (onderwijskundige noodzaak). Dat betekent: kinderen dat laten leren, waar ze met een beetje hulp bij kunnen. Gestuurd leren is sterk doelgericht, strak geleid. Begeleid leren betekent het begeleiden van kinderen bij hun eigen vraagstelling en oplossingsmethoden.

 

Illustratie

"Ontwikkelend onderwijs is voor mij het kind nieuwe dingen aanbieden, waarvan de groepsleiding denkt dat het kind er, gezien zijn/haar ontwikkeling, net aan toe is. Het kind moet gestimuleerd worden tot het ondernemen van activiteiten om nieuwe vaardigheden te 'veroveren'. Deze nieuwe vaardigheden kunnen op het cognitieve gebied liggen, maar ook op het gebied van de motoriek en de zelfstandigheid, enz. Dit vereist van de groepsleiding individuele aandacht voor elk kind en het op de voet volgen van zijn/haar ontwikkeling. Dit gebeurt door observaties en het bijhouden van een logboek. Met deze nieuw verkregen vaardigheden kan een kind zich verder ontwikkelen. Het moet hiervoor dan ook de ruimte krijgen om dit zelfstandig uit te bouwen. Ook kan een kind in een kleine groep vaardigheden uitbouwen. De omgeving van het kind, de groepsruimte, de school, het plein etc. moeten uitnodigen tot onderzoek zodat een kind nieuws-/leergierig wordt. Het ontdekkend leren is, denk ik, heel belangrijk in ontwikkelend onderwijs. Ik neem als voorbeeld handen-arbeid. Kinderen enkele keren met kosteloos materiaal laten knutselen. Na een aantal keren (niet te snel) kan het knutselen uitgebreid worden met 'gereedschappen' en technieken om het een extra impuls te geven. Kinderen kunnen dit zelfstandig en/of in groepjes uitproberen en misschien komen ze tot originele ideeën.

Fenna Boender.

 

Verdieping

Wereldoriëntatie is in onze school het centrale leer- en vormingsgebied. Elk kind, met zijn eigen ontwikkelingskenmerken leeft in en maakt kennis met diverse werkelijkheden. Er is dus zowel sprake van bewustwording als van ontmoeting en kennis nemen van. Kindgericht onderwijs wil in dit verband zeggen dat de vormgeving van het onderwijs twee, onderling afhankelijke aspecten vertoont:

Het ontwikkelingsniveau van elk kind (zie basisprincipe 4) is voor de groepsleid(st)er uitgangspunt voor ontwikkelend onderwijs, dat wil zeggen dat hij/zij gericht pogingen doet tot niveauverhogend onderwijs. Elk kind moet niet alleen bevestigd worden in wat het kan (pedagogische noodzaak), maar moet ook geprikkeld worden tot het verrichten van zinvolle activiteiten in zijn zône van naaste ontwikkeling (onderwijskundige noodzaak). Die zône heeft niet alleen betrekking op het cognitieve gebied. In onderwijs, dat tracht de totale mens aan te spreken en te ontwikkelen, zijn ook andere gebieden steeds mee in het onderwijs betrokken.

Ontwikkelend onderwijs kan zowel via wereldoriëntatie als via meer cursorisch opgezet en uitgevoerd onderwijs plaatsvinden. In dat laatste geval gaat het vooral om het aanleren van instrumentele en culturele vaardigheden, die zoveel mogelijk ondersteunend moeten zijn (en door de kinderen al als zodanig ervaren worden) voor de wereldoriëntatie, waarmee het kind bezig is. De stamgroep biedt, als heterogene groep, ook vele prikkels voor activiteiten in de zône van de naaste ontwikkeling van elk kind. Naast en binnen ontwikkelend onderwijs dient steeds ruimte te zijn voor zelfstandig spelen, oriënteren en leren van kinderen, dat zowel individueel als in groepjes vorm moet krijgen.

Ook in dit laatste basisprincipe zien we de eerste vijf terugkomen. Jenaplan staat of valt met die eerste uitgangspunten, die normerend zijn voor wat er in de school gebeurt.

 

Bron:

Dit uitgewerkte basisprincipe is gemaakt door Kees Both en Kees Vreugdenhil en ter beschikking gesteld door de Nederlandse Jenaplan Vereniging (NJPV)